Hoe overleef ik de 200 of 400km!

Afstanden van 200 of 400km zijn buiten onze comfort zone. De meeste fietsers zullen dit soort afstanden maar enkele malen in hun seizoen of zelfs in hun leven fietsen. Maar dat wil niet zeggen dat je geen voorbereidingen kan treffen om te voorkomen dat er een DNF ( Did Not Finish) achter je naam wordt geschreven.

Regel 1.
Geef geld uit aan de contactpunten met je fiets. Daar waar je gewicht gedragen wordt door de fiets gaat het op de lange afstand pijn doen. Een goede wielerbroek is de aller belangrijkste uitgave, hier zit het meeste gewicht. Hij moet de billen goed ondersteunen en niet schuren in de liezen. Het stuur moet goed afgesteld zijn op de goede hoogte en goede fietshandschoenen met gelkussens helpen trillingen op te vangen en het gewicht iets te verdelen. De schoenen moeten goed passen en geen drukplekken geven, eventueel kan een gel zooltje hier nog helpen.

Regel 2.
Blijf eten en drinken, ook als je geen zin hebt. Ons lichaam heeft voldoende energie en vocht aan boord voor 50-70 km fietsen, ga je verder moet er gegeten en gedronken worden.  Het is verstandig niet te wachten tot het lichaam aangeeft door de energie heen te zijn, als je dan pas gaat eten wordt het de rest van de tocht afzien omdat niet meer kan bijvoeden wat er al is verstookt. Dus vanaf het begin van de tocht regelmatig eten en drinken, ook als je er helemaal geen zin in hebt. Het is relatief simpel, de benzine van het lichaam is suiker met water, als je dat in voldoende mate blijft innemen zal je de man met de hamer ( alle suiker/brandstof is opeens op) niet tegenkomen.

De manieren waarop je dat kan doen zijn;

  1. Bidons vullen met limonade siroop en water, of sportdrank.
    1. Voordeel; makkelijk in te nemen
    1. Nadeel; niet genoeg om een fietser van voldoende energie te voorzien, bij teveel diarree
  2. Sportrepen
    1. Voordeel; compact, makkelijk mee te nemen
    1. Nadeel: goor en droog, moet veel water achteraan, papiertje is in een rijdende groep niet makkelijk los te maken, diarree
  3. Brood
    1. Voordeel: smakelijk, komt ook zout mee naar binnen
    1. Nadeel: droog, neemt veel ruimte in
  4. Gelletjes
    1. Voordeel compact, makkelijk in te nemen, werkt snel
    1. Nadeel: werkt weer snel uit, vreselijk goor, alles gaat plakken , diarree

De waarheid ligt in het midden; door van alles wat te nemen loopt je het minste risico op klotsende maag of niet te temmen aandrang.

Is het heel warm is het aan te raden een paar dropjes mee te nemen voor aanvulling van het zout.

Veel fietscomputers kunnen ingesteld worden dat ze een calorie waarschuwing geven op ingestelde tijden.

Regel 3.
Broekenvet. Broekenvet heeft 2 functies. De eerste functie is het stuk bil waar het gewicht op zit te beschermen tegen schuurplekken, als arts zou ik hier ook het woord doorligplek kunnen gebruiken.  De tweede functie is het smeren van de liezen, na een honderd kilometer komen hier, hoe goed de broek ook past, de naden tegen het vel gaan kruipen en honderd kilometer verder ligt er dan echt een stuk vel open. Hier moet dus ruim gebruik gemaakt worden van vette smeercreme.

Sudocreme of zinkzalf is prima voor de billen, maar voelt als schuurpapier. Vaseline is perfect om een tegen een vervelende naad aan te smeren maar verweekt de tere billetjes weer teveel. Een mooi alternatief is een zalf als bepanthen (let op: bepanthen komt ook als creme en die moet je niet hebben want die is veel te dun). Bepanthen zalf is goed voor de lies en de bil. Ik vind echte wielercremes, die je voor een godsvermogen in de wielerzaak koopt, vaak erg dun. En nog een goede raad: blijf smeren onderweg.

Regel 4.
Pillen. Wielrennen is de sport van de pillen. Neem een paar tabletten paracetamol 500mg en/of Ibuprofen  400mg mee. Het kan een zere knie of pees zijn die moet worden weggedrukt, een dehydratie hoofdpijn of een acute vorm van zelfmedelijden.  Het werkt op alle klachten en is onderdeel van de wielersport.

Regel 5.
Regenjas en Buienradar. Op een dag dat er een groot stuk gefietst moet worden is het essentieel dat je heel goed weet wat voor weer het gaat worden. Kijk op buienradar hoe het weer is bij de start en voer ook plaatsten halverwege en aan het einde in omdat het weer soms anders is als je 100km verder bent.

Op een dag met een koud begin en een warm einde doe kleding aan die je gedurende de dag kan afpellen in laagjes.

Bij lichte regen gaat mijn voorkeur uit naar een windjasje, die kunnen de eerste regen goed wegvangen, Gaat het harder regenen gaat het hier dwars doorheen en heb je een echte regenjas nodig, liefst van ademend materiaal. Nadeel blijft dat deze jassen je transpiratie niet kwijt kunnen, ze zijn zwaar en nemen veel ruimte in. Uiteindelijk wordt je net zo nat van je zweet als dat je van de bui zou worden. Doe je de jas uit duurt het lang voordat je weer droog bent. Ik adviseer de echte regenjas pas mee te nemen op een dag waar lang veel (koude) regen zal vallen.

Regel 6.
Rust weinig en rij niet te snel. Als je naar Zuid Frankrijk rijdt met de auto en 10 minuten op een parkeerplaats staat komen alle vrachtwagens die je net met veel moeite hebt ingehaald weer langs rijden. Hetzelfde geldt voor fietsen: je kan veel meer winnen door weinig en kort te rusten dan door te knallen en lang te gaan uitrusten.

Nog een belangrijk en voor de hand liggend advies: let op de navigatie. Verkeerd rijden kost veel meer tijd dan stoppen en kijken welke afslag de juiste is.

Regel 7.
Het zit in de geest. Op een gegeven moment gaat het pijn doen. Dan wordt het een spelletje in je hoofd om de pijn weg te krijgen. Het belangrijkst is: niet denken aan de hoe ver je nog moet en hoeveel pijn het doet. Fiets naar het volgende dorpje, en als je daar bent doe je het opnieuw. Zoek het gesprek met iemand, zet een  liedje op in je hoofd. Vele manieren om uit de zware kilometers te komen. De laatste kilometers zijn altijd weer makkelijker, dat geeft aan dat de zware kilometers ook geestelijk zwaar waren.